Sketches

De Zelfscankassa

Eén onderwerp, vijf stijlen

Hoe zouden vijf van Nederlands beste cabaretiers het dagelijkse drama van de zelfscankassa behandelen? Van filosofisch tot absurdistisch — dezelfde frustratie, compleet andere brillen.

🔄

Micha Wertheim

Filosofisch / meta
Ik sta bij de zelfscankassa. En ik denk: dit is eigenlijk heel bijzonder. Want ik doe nu het werk van iemand die er niet meer is. Ik scan mijn eigen boodschappen. Ik pak ze in. Ik betaal. En dan loop ik naar buiten en denk ik: ik heb net mezelf bediend. Maar wacht — ik ben ook de klant. Dus ik heb mezelf als klant bediend. Dat is een soort… dienstverlening aan jezelf. Een interne transactie. Alsof je jezelf een compliment geeft, maar dan met een pinpas. En dan staat er zo'n mevrouw bij de uitgang die je tas controleert. Die vrouw hád de kassière kunnen zijn. Maar in plaats van je boodschappen scannen, controleert ze nu of jij ze wel goed hebt gescand. Haar baan is verschoven van 'helpen' naar 'wantrouwen'. Dat is toch de perfecte metafoor voor onze samenleving? We hebben de hulp wegbezuinigd en het toezicht verdubbeld. Het mooiste vind ik dat bordje: "Onverwacht artikel in het opvanggebied." Dat ben ik. Ik ben het onverwachte artikel. Ik sta in het opvanggebied van mijn eigen leven en niemand heeft me gescand.
🎻

Herman Finkers

Droog / Twents
De zelfscankassa. Dat klinkt als een existentiële crisis in het Twents. "Ik scan mezelf." Ja, dat doen wij in Almelo ook wel eens, maar dan na drie bier. Ik kom bij zo'n apparaat, en het eerste wat ie zegt is: "Scan uw bonuskaart." Ik heb geen bonuskaart. Ik heb helemaal geen bonus in mijn leven. Ik heb een hypotheek, een vrouw die vindt dat ik te veel kaas koop, en een kat die me negeert. Waar is mijn bonus? Dan scan ik een courgette. Maar de machine herkent 'm niet. En dan moet je 'm opzoeken. In een menu. Onder 'groenten'. En dan staat er: "Bedoelt u: komkommer?" Nee. Ik bedoel een courgette. Maar goed, ik snap de verwarring. Ze lijken op elkaar. Net als ik en George Clooney — als je je ogen dichtdoet en niet goed oplet. Er staat een vrouw achter me te wachten. Ze zucht. Ik voel de druk. Ik scan sneller. Piep. Piep. Piep. Ik voel me als een buschauffeur in een spaghettiwestern. En dan, op het eind, zegt het apparaat: "Vergeet uw bonnen niet." Bonnen. Meervoud. Alsof ik zo veel heb gepresteerd dat er meerdere bewijsstukken nodig zijn. Ik heb vier boodschappen gescand. Dit is geen rechtszaak.
🔥

Theo Maassen

Cynisch / maatschappijkritisch
De zelfscankassa is het ultieme bewijs dat het kapitalisme je niet alleen uitbuit, maar je er ook nog dankbaar voor laat zijn. Je doet het werk. Je krijgt er niet voor betaald. En toch sta je in de rij om het te mogen doen. Dat is geen technologie. Dat is Stockholm-syndroom met een streepjescode. En dan die stem. Die vrouwenstem. "Onverwacht artikel in het opvanggebied." Wat is dat voor een zin? Dat klinkt als een militaire briefing. "Sergeant, er is een onverwacht artikel in het opvanggebied!" "Wat is het?" "Een pakje speculaas, meneer. Het staat niet geregistreerd." "Code rood." Ik had laatst een fles wijn. Dan moet er iemand komen om te verifiëren dat ik oud genoeg ben. Ik ben drieënveertig. Ik heb kringen onder mijn ogen waar je een biertje op kunt zetten. Maar nee, er moet iemand met een pasje komen om te bevestigen dat ik al langer lijd dan achttien jaar. En dan dat groene licht als je alles goed hebt gedaan. Dat groene licht. Alsof je getraind bent. Alsof je een zeehond bent die net een bal op z'n neus heeft gehouden. Goed zo! Piep piep! Hier is je bonnetje! Brave consument! Het ergste is: ik sta er vrijwillig. Er is een kassa met een mens. Twee meter verderop. Maar ik denk: nee, die rij is te lang. Ik ga het zelf wel doen. Sneller. Efficiënter. Ik heb mezelf geprivatiseerd.
🎪

Hans Teeuwen

Absurdistisch / chaotisch
Ik stond bij de zelfscankassa, en die machine zei tegen mij: "Plaats het artikel in het opvanggebied." Dus ik legde mezelf erin. Want ik ben ook een artikel. Ik ben een tweedehands artikel met een scheurtje in de verpakking, maar ik ben er nog. De vrouw naast mij scande een banaan. Piep. Eén banaan. En die machine gaf een prijs. Zeventwintig cent. Zeventwintig cent voor een banaan. Ik dacht: wat is de prijs van een mens? Hoeveel piepjes ben ik waard? Als je mij zou scannen, wat zou er dan op het scherm verschijnen? "Artikel niet gevonden." Of erger: "Korting: 70%." Toen ging het alarm af. Bij mij. Ik had niks gestolen. Ik zweer het. Maar het alarm ging af en iedereen keek. En ik voelde… trots. Eindelijk zag iemand mij. De zelfscankassa had mij opgemerkt. De zelfscankassa gaf meer om mij dan mijn eigen vader. En toen kwam de beveiliger. Een man van twee meter. Met een oortje. Hij keek me aan en zei: "Meneer, heeft u alles gescand?" En ik zei: "Alles behalve mijn gevoelens." Hij begreep het niet. Beveiligers begrijpen nooit iets van gevoelens. Dat is waarom ze beveiliger zijn geworden. Om gevoelens buiten te houden. Ik wil een wereld waarin de zelfscankassa mij aankijkt en zegt: "Het komt goed." Meer vraag ik niet.
😤

Daniel Arends

Herkenbaar / geërgerd
Ik ben niet goed met machines. Dat weet ik. Mijn telefoon doet het soms niet omdat ik, en ik citeer de Apple-medewerker, "te veel druk uitoefen op het scherm." Te veel druk. Op een scherm. Ik intimideer technologie. Maar de zelfscankassa. Die is speciaal. Want die is ontworpen om je een goed gevoel te geven, maar doet precies het tegenovergestelde. Het begint al met de aanloop. Je kiest de zelfscankassa omdat de rij korter is. Maar dat is een leugen. De rij is korter omdat iedereen die ervoor staat, er twintig minuten over doet. Er staat altijd iemand die een mango probeert te scannen. Een mango. In Nederland. Die man had al een verkeerde keuze gemaakt voordat hij bij de kassa kwam. En dan ben je zelf aan de beurt. Je scant je eerste product. Piep. Goed gevoel. Macht. Controle. Je scant het tweede product. Piep. Je bent een professional. Dit gaat geweldig. Derde product. "Onverwacht artikel in het opvanggebied." En dan is het over. Dan sta je daar. Met een aubergine in je hand. En een rood lampje dat knippert. En iedereen in de Albert Heijn kijkt naar jou alsof je net een brandalarm hebt ingedrukt. Er komt een medewerker. Een jongen van zeventien. Met puistjes. En die moet het voor jou oplossen. Die jongen van zeventien beslist of jij, een volwassen man met een rijbewijs en een baan, in staat bent om boodschappen te scannen. Dat is het dieptepunt. Niet van mijn dag. Van mijn bestaan. En dan, als alles eindelijk gescand is en je betaald hebt en je bonnetje pakt en je je tasje dichtdoet — dan, op dat moment, zegt de machine: "Bedankt voor uw bezoek." Alsof er niks is gebeurd. Alsof we niet net een trauma hebben gedeeld. Kil. Afstandelijk. Net als mijn ex.

Deze teksten zijn door AI geschreven in de stijl van de genoemde cabaretiers. Het zijn geen echte uitspraken of materiaal van de artiesten.